Beelden

Op deze pagina laat ik beelden en schilderijen zien die ik heb gemaakt. Elk beeld heeft voor mij een betekenis, die gerelateerd is aan het Jungiaanse gedachtengoed. Voor zover mogelijk probeer ik die betekenis in tekst weer te geven.

 

Hierboven staan twee zelfportretten. De eerste is gemaakt van zwarte klei. Dit symboliseert de donkere kant, die er mag zijn. In het borstbeen en aan de achterkant bij het schouderblad zijn tijdens het bakken scheuren ontstaan. Ze symboliseren voor mij de ruimte die later ontstaan is in mijn borst- en schouder gebied, onder meer door yoga te doen, maar vooral meer ontspannen te worden. Het geschilderde zelfportret laat de lagen zien die in ons aanwezig zijn, als een soort erfenis uit het collectief onbewuste., uit vroegere culturen, maar ook van onze voorouders. Wij zijn geen onbeschreven blad als we geboren worden.

 

Dit schilderij is een mandala. Een mandala staat voor heelheid. Eronder zit een schildering van een hazelaar. Boven de grond weten de stammen niet van elkaar dat ze een eenheid vormen. Elke stam staat op zichzelf. Onder de grond zijn alle stammen middels wortels met elkaar verbonden. Met de mandala is het deel boven de aarde verbonden met het deel onder de aarde, geïntegreerd.

 

Dit beeld stelt een Mobius ring voor. Een Mobius ring heeft een twist, waardoor de binnenkant overgaat in de buitenkant en dan weer in de binnenkant. Voor mij symboliseert het “zo buiten, zo binnen”. Wat in onze binnenwereld speelt, wordt in de buitenwereld gereflecteerd. En omgekeerd, wat ons in de buitenwereld raakt, zegt iets over onze binnenwereld. Ik vond het een moeilijk concept en heb lang gezocht naar een manier om het te verbeelden. Het resultaat maakt het begrijpen eenvoudig. Met onze vingers kunnen we de betekenis ervan voelen.

 

De foto’s hierboven zijn twee kanten van een bloem, van een ‘wereld’. Het beeld stelt ‘transformatie’ voor. Door het beeld loopt een gang, een gat, in de vorm van een diabolo. Deze gang moeten we soms door om op een nieuwe manier naar onze wereld te kunnen kijken.

 

Voor mij is dit beeld een ‘moeder met kind’. Bij elkaar, maar niet met elkaar vergroeid, niet symbiotisch. Uiteindelijk is het de bedoeling dat we het kind in onszelf zo opvoeden dat het vrij kan zijn om zich op haar, of zijn manier te ontwikkelen.

 

Een schelp en een slakkenhuis. Ze kunnen oeroud zijn en de natuur weet telkens weer precies hoe de vorm van de schelp is. Zo mogen we ook op onze eigen natuur, het vrouwelijke in onszelf, vertrouwen.

Het slakkenhuis staat ook voor een labyrint, waar we de Minotaurus moeten verslaan, om onszelf te bevrijden van de onderwereld, van onze onbewuste neigingen.

 

Een vat symboliseert voor mij het vrouwelijke, gemaakt van klei, aardse materie en ontvangend, doordat het gevuld kan worden.

 

Dit stukje boomstronk is een verbeelding van het samengaan van het mannelijke en het vrouwelijke, dat wat we ook in onszelf, op een positieve manier, willen realiseren.